Forum


BELANGRIJKE MEDEDELING EN OPROEP

STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND

 

Naar aanleiding van het vonnis van het EU hof in Luxemburg in de door onze Stichting aangespannen zaak tegen de Nederlandse Staat aangaande de gevolgen voor de toenmalige particulier verzekerde verdragsgerechtigden*  van invoering van de ZVW delen wij u het onderstaande mede.

*”verdragsgerechtigden” zijn die Nederlanders die gepensioneerd (65+) zijn en een inkomen ontvangen uit Nederland (AOW, bedrijfspensioen, lijfrente of uitkering) en  zich gevestigd hebben in een van de EU-  of overige verdragslanden. Tevens vallen onder deze categorie de uitkeringsgerechtigden tot 65 jaar.

 

Betreft:

 

     Stuitingbrief

Het arrest van het Hof van Justitie van 14 oktober 2010 in zaak C-345/09 laat de mogelijkheid open dat de invoering van de Zorgverzekeringswet een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer van burgers van de Unie vormt. Als komt vast te staan dat van een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer sprake is, is de invoering van de Zvw onrechtmatig. De Staat is dan uit hoofde van onrechtmatige wetgeving aansprakelijk voor als gevolg van de invoering van die wetgeving geleden schade.

Een vordering tot schadevergoeding verjaart door het verstrijken van vijf jaar. De Zvw is op 1 januari 2006 in werking getreden. Dat betekent dat vorderingen tot schadevergoeding in beginsel op 1 januari 2011 verjaren. Die verjaring kan echter worden gestuit door het schrijven van een brief aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin men zich ondubbelzinnig het recht op nakoming door de Staat voorbehoudt. Met een dergelijke brief worden uw rechten veilig gesteld.

Wij adviseren iedereen die meent als gevolg van de invoering van de Zvw schade te hebben geleden (aangetekend met handtekening retour) op individuele basis een brief (zie onderstaand) te sturen naar:


VOORBEELDBRIEF (klik hier voor worddocument)


Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Postbus 20350

2500 EJ  DEN HAAG

                                                                                                              Woonplaats, datum.

Excellentie,

Op 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet (“Zvw”) in werking getreden. De inwerkingtreding van de Zvw heeft uiterst nadelige gevolgen gehad voor Nederlandse gepensioneerden met een particuliere ziektekostenverzekering die in een andere lidstaat van de Europese Unie woonachtig zijn. Zij zijn immers als gevolg van de wettelijke regelingen rond de invoering van de Zvw – meer in het bijzonder artikel 2.5.2 Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet ("IZvw") hun bestaande particuliere verzekering kwijtgeraakt, zonder dat daarvoor een dekking uit hoofde van de Zvw in de plaats is gekomen. Aldus zijn zij gediscrimineerd ten opzichte van Nederlandse ingezetenen.

Op 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (het “Hof”) naar aanleiding van door de Centrale Raad van Beroep aan hem voorgelegde prejudiciële vragen in zaak C-345/09 een arrest gewezen over de verenigbaarheid van de betreffende Nederlandse wetgeving met het gemeenschapsrecht.

In zijn arrest heeft het Hof uitdrukkelijk geoordeeld dat het beginsel van het vrije verkeer van burgers van de Unie als bedoeld in artikel 21 lid 1 VWEU in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die een ongerechtvaardigd verschil in behandeling inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling (waarmee gedoeld wordt op de Zvw) gesloten ziektekostenverzekeringen. Het Hof laat het in het kader van de taakverdeling tussen de gemeenschapsrechter en de nationale rechter aan de laatste over om definitief de feiten vast te stellen op basis waarvan kan worden beoordeeld of van een dergelijke ongelijke behandeling sprake is. De nationale rechter zal aan de hand van zeer concrete aanwijzingen van het Hof moeten nagaan of ingezetenen en niet-ingezetenen bij de invoering van de Zvw inderdaad verschillend zijn behandeld. Intussen heeft het Hof in zijn verwijzingsarrest duidelijk aan dat de hem bekende feitelijke gegevens erop duiden dat daadwerkelijk sprake is van een verboden discriminatie.

Hierbij deel ik u mee dat ik van oordeel ben dat sprake is van verboden discriminatie. Ik verwacht dat de Nederlandse rechter dit in een rechtens bindende uitspraak zal bevestigen. Als gevolg van deze discriminatie heb ik ernstige schade geleden.

Voor zover ik mij opnieuw particulier heb verzekerd, laat deze schade zich becijferen op het verschil tussen de kosten die ik sedert 1 januari 2006 heb moeten maken voor een ziektekostenverzekering met vergelijkbare dekking als de dekking die de basisverzekering plus aanvullende verzekering onder de Zvw biedt en de gemiddelde premie die een ingezetene van Nederland met dezelfde leeftijd en inkomenspositie in de periode vanaf 1 januari 2006 heeft moeten maken.

Voor zover ik mij niet opnieuw particulier heb verzekerd, bestaat mijn schade uit het nadeel dat ik heb geleden doordat ik was verstoken van adequate zorg. Ik heb eveneens gevolgschade geleden. Deze schade loopt thans nog onverminderd door.

Langs deze weg stel ik de Staat aansprakelijk voor de door mij geleden en nog te lijden schade. Ik behoud mij hierbij ondubbelzinnig het recht voor op nakoming door de Staat van zijn schadevergoedingsverbintenis jegens mij. Deze brief moet worden beschouwd als stuitingshandeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW.

 

Hoogachtend,

 

Naam,

adres,

woonplaats,

woonland.

Sofi/ BSN nummer