2. MODELBRIEF AAN UW OUDE PARTICULIERE VERZEKERAAR
INDIEN U GEBRUIK WENST TE MAKEN VAN UW KEUZERECHT
Mijne dame / heer,
Bij brief van {DATUM} heeft u mijn ziektekostenverzekering met polisnummer {POLISNUMMER} opgezegd.
Primair stel ik mij op het standpunt dat artikel 2.5.2 lid 2 Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet geen toepassing vindt omdat ik mij beroep op het keuzerecht dat mij onder Verordening 1408/71 is toegekend. Dat wil zeggen dat de keuze maak af te zien van aansluiting bij het ziekenfonds van mijn woonplaats en dus geen recht heb op het zogenaamde woonlandpakket.
Artikel 2.5.2 lid 2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet - waarvan de toepassingssfeer identiek is aan die van artikel 69 Zorgverzekeringswet - is niet van toepassing in gevallen waarin een gepensioneerde zijn rechten uit hoofde van artikel 28 van Verordening 1408/71 niet geldend maakt door zich niet in te schrijven. Over dat keuzerecht worden nu procedures gevoerd, onder andere bij de bestuursrechter.
Indien in die procedures te zijner tijd door de rechter wordt bevestigd dat het keuzerecht bestaat, heeft u mijn verzekeringspolis ten onrechte opgezegd, omdat ik er de voorkeur aan heb gegeven mij niet aan te sluiten bij het ziekenfonds van mijn woonplaats maar bij uw verzekeringsmaatschappij in Nederland verzekerd wens te blijven onder dezelfde voorwaarden als voorheen tussen ons gebruikelijk was (en dat dit voor zover nodig hierbij wederom duidelijk wordt gemaakt).
Subsidiair stel ik mij op het standpunt dat artikel 2.5.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet in geen geval een basis biedt voor integrale beëindiging van de bestaande polis. Op grond van die bepaling vervalt de ziektekostenverzekering slechts "voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan" het zogenaamde woonlandpakket.
De opzegging heeft dus op onjuiste gronden plaatsgevonden. Daarmee staat dan ook vast dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van uw verplichtingen als verzekeraar. Ik houd u derhalve aansprakelijk voor de schade die heb geleden en zal lijden wegens deze opzegging.
Ik verzoek u mij binnen 1 maand na heden te bevestigen dat u mij onmiddellijk opnieuw als verzekerde zult (willen) accepteren op dezelfde voorwaarden als voorheen tussen ons gebruikelijk was en ook dat u de schade zult vergoeden die ik door de opzegging heb geleden en zal lijden, welke o.m. bestaat uit het verschil tussen de premie elders en de premie bij u en de eventueel elders minder gunstige voorwaarden, wanneer onherroepelijk is komen te staan dat het keuzerecht bestaat.
Doet u dat niet dan behoud ik mij het recht voor hierover nu reeds een beslissing van de rechter te vragen.
Ik ga er overigens van uit dat premiebetaling in de tussentijd niet aan de orde is vanwege het feit dat u in schuldeisersverzuim verkeert (art. 6: 58 e.v. BW).
In afwachting van uw reactie,
verblijf ik,
met vriendelijke groet,
{ONDERTEKENING + NAAM}