|
STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND (SBNGB) Secretariaat: Apartado 59, Carrer dels Arbocers 65, 03740 Gata de Gorgos (Alicante), Spanje. Telefoon 0034 966074023 Email MrJHueber@cs.com 16 augustus 2008 Mededeling inhouding pensioenen Door een recente wetswijziging is met ingang van 1 augustus 2008 CVZ aangewezen als enig orgaan waar bezwaar kan worden gemaakt tegen de inhoudingen ingevolge de Zorgverzekeringswet. Lopende bezwaarschriften ingediend bij UWV, SVB etc. zullen verder door CVZ worden behandeld. Tegen inhoudingen op pensioenen kon niet eerder bezwaar worden gemaakt. In de betreffende wet is bepaald dat ook tegen inhoudingen op bedrijfspensioenen bezwaar kan worden gemaakt bij CVZ. Bedrijfspensioenen zijn geen wettelijke pensioenen. Volgens artikel 33 van EU verordening 1408/71 en een aantal arresten van het EU Hof van Justitie is inhouding ten behoeve van de Zorgverzekeringswet niet toegestaan op niet wettelijke pensioenen. Minister Klink heeft dat in de Tweede Kamer bevestigd. Hij is daarover in discussie met de Europese Commissie. Wel mogen de bedrijfspensioenen worden betrokken in de bepaling van de te betalen bijdrage. De te betalen bijdrage mag echter nooit hoger zijn dan het te ontvangen bedrag aan wettelijke pensioenen. (AOW etc). Niet inhouden op bedrijfspensioenen betekent dus niet dat er minder mag worden ingehouden. Is het wettelijk pensioen echter lager dan de totaal te betalen bijdrage dan mag die bijdrage niet hoger zijn dan het wettelijk pensioen. Heeft u slechts een beperkte AOW uitkering of een ander wettelijk pensioen dat lager is dan de door CVZ vastgestelde te betalen bijdrage dan loont het om een bezwaarschrift in te dienen bij CVZ tegen inhouding op bedrijfspensioenen. Onderstaand vindt u een voorbeeld van een mogelijk bezwaarschrift tegen de inhouding op bedrijfspensioenen. (of klik hier voor word document) Het bestuur SBNGB BEZWAARSCHRIFT
Aan CVZ College voor Zorgverzekeringen Afdeling Bezwaar Postbus 320 1110 AH Diemen Nederland
1. Ondergetekende, ………….,(naam) wonende ……………….. (adres)…………. (woonplaats) …………….. (land) maakt bezwaar als hierna bedoeld. 2. Het bezwaar richt zich tegen het besluit van CVZ het Pensioenfonds ……….(naam pensioenfonds) te verplichten om met ingang van de maand ……. inhoudingen te doen op het pensioen van ………. (naam bezwaarmaker) uit hoofde van de Zorgverzekeringswet. Kopie van het bewijs van inhouding is bijgesloten. (kopie bewijs van inhouding meesturen). 3. Het was niet eerder mogelijk bezwaar te maken tegen de inhouding van het pensioenfonds. Door de recente wetswijziging waarbij CVZ is aangewezen als de instantie die de opdracht (heeft) verstrekt tot inhouding door het pensioenfonds en waarbij is bepaald dat sinds 1 augustus 2008 de mogelijkheid bestaat bezwaar te maken tegen die inhouding van het pensioenfonds bij het CVZ is dit bezwaarschrift derhalve gericht aan CVZ. 4. Op de hieronder nader uiteen te zetten gronden verzoek ik u het in punt 2 genoemde besluit geheel te herroepen onder terug betaling van de onrechtmatige inhoudingen.
De gronden van mijn bezwaar zijn de volgende: 5. De inhoudingen op de bedrijfspensioenen zijn in strijd met artikel 33 lid 1 van de Verordening 1408/71. Dit bepaalt dat slechts het orgaan van een Lid-Staat gemachtigd is premies of bijdragen in te houden van het pensioen of de rente welke dit orgaan verschuldigd is. Dit wordt nog eens bevestigd in het arrest van het Hof van 16 januari 1992 – Commissie tegen Franse Republiek – Zaak C-57/90 onder punt 20. “Mitsdien moet worden vastgesteld, dat die stelsels geen wettelijke regelingen zijn in de zin Artikel 1, sub j, eerste alinea, van verordening nr. 1408/71 zijn. Bijgevolg is artikel 33 er niet op van toepassing.” De commissie verzoekschriften van het Europees Parlement bevestigt in haar Mededeling aan de leden van 15 februari 2005 naar aanleiding van een verzoekschrift van Gunnar Dahl dat bedrijfspensioenen niet onder het regime van 1408/71 vallen. Recent is dit nog weer eens bevestigd in het arrest van het Hof van 18 juli 2006 – Nikula – Zaak C-50/05 in punt 32. “Ongeacht de gehanteerde berekeningswijze mag het bedrag van de bijdragen of premies evenwel niet hoger zijn dan dat van de door organen van de lidstaat van de woonplaats uitgekeerde pensioenen, aangezien, zoals in punt 28 van het onderhavige arrest is vastgesteld, krachtens artikel 33, lid 1, van verordening nr. 1408/71 de bijdragen of premies voor de ziektekostenverzekering uitsluitend kunnen worden ingehouden op de door de staat van de woonplaats uitgekeerde pensioenen of renten”.
6. Graag wil ik u er op wijzen dat het inhouden op bedrijfspensioenen volstrekt in strijd is met de EU verordeningen en arresten dienaangaande. EU verordeningen gaan boven de Nederlandse wet en hebben derhalve rechtskracht. De reeds plaats gevonden inhoudingen zijn derhalve onrechtmatig en zoals onder punt 4. gesteld verzoek ik u tot terugbetaling van de ten onrechte ingehouden bedragen over te gaan en verdere inhoudingen onmiddellijk te stoppen.
…………..,(woonplaats) .. augustus 2008.
Handtekening
Antillenregeling wankelt; Den Haag dreigt Rijkswet ziektekosten in te trekken als Leeflang eis niet inslikt bron Antilliaans Dagblad 260708 Van onze correspondent Willemstad/Den Haag - De ziektekostenverzekering voor inwoners van de Antillen die een pensioen uit Nederland ontvangen is zo goed als zeker van de baan. De Nederlandse minister Klink van Volksgezondheid weigert namelijk zijn Antilliaanse ambtgenoot Leeflang haar zin te geven. Die wil dat het verplichte karakter van de regeling wordt geschrapt. Voor Klink is dat onbespreekbaar. ,,Het basisprincipe van de nieuwe zorgwet in Nederland is solidariteit. Dat geldt ook voor de regelingen die zijn getroffen voor de Nederlanders in bijvoorbeeld Spanje”, aldus een woordvoerder van de bewindsman. ,,Wij gaan voor de Antillen geen uitzondering maken. Sterker nog, dat kan gewoon niet.” Eerder liet het College van Zorgverzekeraars - dat de Antillenregeling heeft ontworpen - al weten dat deze alleen financieel haalbaar is als alle gepensioneerden deelnemen. De speciale voorziening voor gepensioneerden in de Antillen is tot stand gekomen op aandringen van de Antilliaanse regering. Den Haag is dan ook op zijn zachtst gezegd ‘not amused’ over de houding van Leeflang. Die heeft van collega Klink per brief te verstaan gekregen dat hij de Rijkswet intrekt als zij vasthoudt aan het standpunt dat deelname aan de regeling op basis van vrijwilligheid dient te geschieden. Den Haag: Graag of helemaal niet bron Antilliaans Dagblad 260708 Van onze correspondent Willemstad/Den Haag - Op het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag snappen ze er niets meer van: Doen ze wat de Antilliaanse regering vraagt en dan gaat Forti vervolgens dwarsliggen. Per 1 januari 2006 voerde Nederland een nieuwe zorgwet in waarmee het verschil tussen ziekenfonds- en particulierverzekerden werd weggenomen. De wet had ook een paar onvoorziene gevolgen, vooral voor Nederlanders die in het buitenland woonachtig zijn. Voor degenen die in een ‘Verdragsland’ woonden, was het euvel snel verholpen. Maar voor de Antillen die om eigen instellingen als de SVB en BZV te beschermen nooit een verdrag hebben willen sluiten, waren de negatieve gevolgen niet zo gemakkelijk te repareren. Lang niet alle gepensioneerden voldoen immers aan het clichébeeld van de 45-jarige steenrijke bewoner van een mooie villa aan het Spaanse Water die zijn dagen op de golfbaan slijt. Ook Antillianen die na een werkzaam leven in Nederland zijn teruggekeerd naar hun geboortegrond werden hard getroffen door de nieuwe Nederlandse zorgwet. Zij waren aangewezen op een particuliere verzekering en werden geconfronteerd met een enorme stijging van de premie, soms oplopend tot wel 800 euro per maand. Voor de Antilliaanse regering aanleiding om in Den Haag de alarmklok te luiden. De simpelste oplossing was het alsnog sluiten van een verdrag maar daar wilden de Antillen niet aan. Na stevig aandringen ging Nederland overstag. Het College van Zorgverzekeraars werd gevraagd een regeling te ontwerpen. Deze werd een jaar geleden gepresenteerd. Na consultatie van Willemstad werd de concept- Rijkswet naar de betrokken parlementen gestuurd. Dat gebeurde overigens op een zo laat moment dat de oorspronkelijke ingangsdatum van 1 januari 2008 moest worden uitgesteld tot 1 juli. Intussen begon een aantal - vooral welgestelde Nederlandse - gepensioneerden zich te roeren. Zij voelden niets voor de nieuwe regeling en maakten om die reden bezwaar tegen een verplichte deelname. Hun lobby had succes. De Staten namen een motie aan: Alleen een vrijwillige regeling was aanvaardbaar. Minister Klink meldde de Tweede Kamer - die de roep van de Antillen om een regeling altijd actief had gesteund - in mei de invoering voor onbepaalde tijd uit te stellen, in afwachting van een toelichting van minister Leeflang. Leeflang liet Den Haag weten de motie over te nemen. Ambtenaren bij het ministerie van Volksgezondheid rolden van verbazing van hun stoel: Hadden ze zich daarvoor zo uitgesloofd? Een reactie liet niet lang op zich wachten: Als de Antillen vasthouden aan vrijwilligheid, wordt de Rijkswet ingetrokken. Het is ‘graag of helemaal niet’. Minister Leeflang heeft nog niet geantwoord, laat de woordvoerder van Klink desgevraagd weten. Telegraaf zo 06 jul 2008, 11:44 Plan: oudere in buitenland mag hier zorg krijgen AMSTERDAM - Nederlandse 65-plussers die in een ander EU-land wonen, kunnen voor medische zorg voortaan waarschijnlijk ook in Nederland terecht.
“Sinds de nieuwe zorgregels betalen Nederlandse ouderen in bijvoorbeeld België of Duitsland hun premies in Nederland, maar hebben enkel recht op de Belgische of Duitse voorzieningen”, aldus Oomen. “Alleen voor spoedeisende hulp of het bezoeken van een huisarts kan men zonder voorafgaande toestemming in Nederland terecht.”
Door het amendement kunnen de 65-plussers straks kiezen tussen behandeling in hun woonland of in Nederland. Als ze een heup- of oogoperatie liever in Nederland ondergaan, kan dat. Oomen verwacht dat vooral gepensioneerden in Belgische en Duitse grensstreken gebruik maken van de keuze. “Maar ik kan me voorstellen dat bijvoorbeeld iemand die in Spanje woont een heupoperatie wil ondergaan in Nederland, waar hij hier de dokter het beste verstaat.” Oomen: “Een in Spanje wonende gepensioneerde betaalt in Nederland zijn bijdrage, het is dan ook logisch dat hij ook in Nederland zijn zorg kan halen.” Het amendement staat los van een voorstel deze week van EU-commissaris Androula Vassiliou (Gezondheid). Zij presenteerde een wetsvoorstel waardoor Europeanen steeds voor ambulante behandelingen in een ander EU-land terecht kunnen, voor dezelfde vergoeding als ze in eigen land hadden gekregen. Voor operaties zoals voor heupen is dan nog wel toestemming nodig. Medische zorg elders in EU moet makkelijkerNRC 2 juli 2008Door onze correspondentBrussel, 2 juli. Het moet gemakkelijker worden voor patiënten in de Europese Unie om in een andere lidstaat medische zorg te krijgen. Dat is de kern van een wetsvoorstel dat de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, vanmiddag heeft gepresenteerd. Het plan is onderdeel van een pakket sociale maatregelen en plannen. De Commissie wil zo laten zien dat de EU praktische oplossingen kan bieden voor dagelijkse problemen van burgers. Door uitspraken van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg was het de afgelopen jaren al gemakkelijker geworden om in een andere lidstaat naar het ziekenhuis te gaan. Patiënten kunnen dat nu doen, zonder toestemming vooraf van hun verzekeraar, als het gaat om poliklinische behandelingen. In het voorstel van de Commissie zouden, volgens bronnen in Brussel, ook de regels voor ziekenhuisopnames in het buitenland worden versoepeld. Het gaat om een politiek gevoelig voorstel. De presentatie was een half jaar geleden al eens aangekondigd maar werd toen op het laatste moment uitgesteld, na bezwaren uit het Europees Parlement. Bovendien vreesde Zweden dat buitenlanders op grote schaal gebruik zouden gaan maken van hun goede gezondheidszorg. In het voorstel zou wel een voorbehoud worden gemaakt. Als de gezondheidszorg in een land dreigt te worden uitgehold door buitenlandse patiënten dan kan dat land toch drempels opwerpen. Discriminatie Verder stelde de Commissie vanmiddag voor een wet uit te breiden die discriminatie verbiedt. Die wet verbiedt discriminatie op grond van geaardheid, religie, leeftijd en handicap nu alleen op de arbeidsmarkt. Straks zou dat verbod ook gelden bij het aanbieden van goederen en diensten. Europarlementariërs hebben lang gepleit voor de uitbreiding. Telegraaf 25 juni 2008Zorgkosten rijzen pan uit.( De marktwerking à la Hoogervorst! )door Herman Stam DEN HAAG - Miljoenen mensen krijgen volgend jaar een enorme stijging van de zorgkosten voor de kiezen. Dit komt omdat het kabinet een streep wil halen door de belastingaftrek van onder meer brillen, beugels en spraakles. Uit nog niet gepubliceerde berekeningen van de FNV blijkt dat een modaal gezin er zo honderden tot duizenden euro's in een jaar op achteruit kan gaan omdat de regeling ernstig wordt versoberd. "Als twee kinderen in een gezin een bril nodig hebben en de ander spraakles, zit je met de gebakken peren", waarschuwt FNV-belastingexpert Ymi Knaap. De vakcentrale heeft gisteren een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin om uitstel wordt gevraagd. Volgende week buigt de Kamer zich over de kabinetsplannen. "Er is nog veel te veel onzekerheid over de inkomensgevolgen. De ambtenaren op Volksgezondheid en Financiën weten dit niet helder in kaart te brengen. Wij hebben dat wel gedaan en zijn ons rot geschrokken", zegt FNV-bestuurder Leo Hartveld. Tot nu toe kunnen gezondheidskosten die de verzekering niet vergoedt, worden afgetrokken van de belasting middels de buitengewone uitgaven. "Voor inkomens onder de 30.000 euro ligt de drempel op 1,65 procent. Voor hogere inkomens op 5,75 procent. Dit betekent dat iemand met een inkomen tot 30.000 euro zorgkosten boven 495 euro mag aftrekken", legt Knaap uit. "Deze discussie gaat niet over het niet meer aftrekbaar maken van borstvergrotingen. Dit gaat over modale gezinnen, zieken en ouderen die extra hard worden getroffen. Een bril of beugel is toch geen luxeartikel" , stelt Knaap. "Verzekeraars maken de aanvullende pakketten steeds duurder waardoor mensen vaker zelf opdraaien voor zorgkosten die ze vervolgens niet meer kunnen aftrekken." WereldExpat.nl Zorgverzekeringswet wordt toch niet aangepastKamer laat pensionado's doormodderenDoor Klaas den Tek 09 juni 2008 De nieuwe zorgverzekeringswet uit 2006 is Nederlanders in het buitenland al sinds de invoering een doorn in het oog. Zo kunnen expats vaak niet meer hun eigen Nederlandstalige artsen kiezen, maar zijn ze aangewezen op de plaatstelijke zorg. Tegelijkertijd zijn de zorgpremies in veel gevallen fors toegenomen. Politiek Den Haag is niet van plan om iets aan die situatie te veranderen, zo bleek uit recent debat in de Tweede Kamer. Op 1 januari 2006 werd door het
Kabinet-Balkenende II de nieuwe
Zorgverzekeringswet ingevoerd. Met de invoering
van de wet is het onderscheid tussen particulier
verzekerden en ziekenfondsverzekerden
verdwenen. Volgens de Memorie van Toelichting
bij de Zorgverzekeringswet zijn pensoenado's
nu niet verzekerd en betalen geen premie maar
zijn verplicht een bijdrage te betalen. Zo
hebben ze geen rechten in Nederland, anders dan
die die voortvloeien uit het gebruik van de
Europese Zorgverzekeringskaart, die voor alle
Europeanen geldt. En daar zijn ze helemaal niet
blij mee. Woonlandfactor Maar volgens de Tweede Kamer gaat het om een ‘solidair systeem', waar elke Nederlander aan moet bijdragen. De overheid wil op die regel geen uitzonderingen maken, want dat ondermijnt het stelsel. Wel zeggen Kamerleden het te betreuren hoe de communicatie rond de invoering van de zorgverzekeringswet is verlopen. Van der Veen (PvdA): "Dat had veel beter gekund. Ik kan me voorstellen dat sommige mensen daar nog kwaad over zijn. Die invoering is niet helemaal vlekkeloos verlopen. Maar we hebben het zo eerlijk mogelijk proberen te doen. Ik denk niet dat er in de nabije toekomst nog veel aan wordt veranderd." In beroep *de VNGS maakt deel hiervan uit, evenals zusterorganisaties in België, Frankrijk en Portugal. NRC 7 juni 2008 Nederlandse rechter kent EU-wet nietDoor onze redacteur Jos VerlaanAmsterdam, 7 juni. Nederlandse rechters weten onvoldoende van Europese wetgeving en de consequenties ervan voor het Nederlandse strafrecht. Daardoor houden ze in hun uitspraken te weinig rekening met Europese jurisprudentie. In de praktijk kan dat leiden tot gerechtelijke dwalingen, verkeerde taxaties bij uitspraken over mensenrechten en zelfs klassejustitie. Deze ook door rechters zelf gedragen kritiek is gisteren geuit op een studiedag van de rechtbank Amsterdam. De Hoge Raad vernietigt de laatste jaren steeds meer uitspraken van lagere rechters omdat die onvoldoende sporen met Europese regels. Klassenjustitie dreigt, waarschuwde P. de Grave, advocaat-generaal bij het Amsterdamse gerechtshof, onder meer betrokken bij beursfraudezaken. „De verdachten die ik tegenkom, kunnen het zich financieel permitteren in Europees recht gespecialiseerde advocaten in te schakelen. Andere verdachten niet. Klassejustitie mag het eindstation niet zijn.” Volgens De Grave dreigen burgers ten onrechte te worden veroordeeld omdat rechters het recht niet kennen. Ook bij het Openbaar Ministerie schort het volgens hem aan kennis. „Dat is écht een probleem. Want het Europese recht biedt ook regels die verdachten kunnen ontlasten.” De Grave ziet de problematiek aan de rechtsstaat raken. „Het raakt namelijk het recht om door competente rechters gevonnist te worden. Dat is een fundamenteel mensenrecht. Als dat niet verandert, zal de geschiedschrijving over vijftig jaar niet mild over ons oordelen.” Volgens H. Pieters, officier van justitie en lector strafrecht, hebben Nederlandse rechters binnen de EU een beruchte reputatie opgebouwd. Zij geven in hun vonnissen eigen interpretaties over de strekking en werking van Europese kaderbesluiten, zoals het Europees Arrestatiebevel, die in andere lidstaten de wenkbrauwen doen fronsen. Nederlandse rechters, aldus Pieters, „leggen maatstaven aan die niet overeenkomen met verplichte en overal geaccepteerde Europese regels”. Aan de dames en heren van de Vaste Kamercommissie van VWS. Geachte Kamerleden, Staat u mij toe hierbij op de hoogte stellen van het onderstaand verzoek om informatie door ons gericht aan het ministerie van VWS. Het betreft een van de vele grieven tegen de gevolgen voor onze doelgroep van de ZVW. In tegenstelling tot de andere bezwaren waarover de bestuursrechter nog een oordeel moet vellen, gaat het hier om een klacht die door het ministerie zelf wordt erkend maar waarop tot op heden nog geen stappen zijn genomen om ons te vrijwaren van de onrechtmatige financiële consequenties. U begrijpt dat ook in dit geval wij de zorgvuldigheid van de overheid hierin volstrekt onvoldoende vinden. De problematiek was bij invoering van de wet bekend maar dat heeft niemand ervan weerhouden de invoering voor ons toch goed te keuren. Nu 2 ½ jaar na invoering van de wet onderschrijft men onze klacht en adviseert ons in Brussel juridische stappen te ondernemen. Is dat de manier waarop wij ons tegen EU regelgeving moeten beschermen? Mag ik ook dit punt in uw aandacht aanbevelen? Met vriendelijke groet, Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland, C.. van der Wiel, Voorzitter. Schrijven gericht aan de afdeling Voorlichting van het ministerie VWS. Geachte heer/mevrouw Storm, Hierbij richt ik mijn tot u in mijn hoedanigheid als voorzitter van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland. Staat u mij toe er vanuit te gaan dat u op de hoogte bent van het bestaan en de doelstellingen van deze stichting gezien onze procesvoering tegen CVZ en SVB, de publiciteit daaromheen alsmede onze vele communicaties met de Kamer en de minister. Mocht dat echter niet het geval zijn dan zal ik u alsnog daarover berichten. Genoemde procesvoering is inmiddels beland bij de Centrale Raad van Beroep alwaar onze zaak gedurende de tweede helft van het jaar zal dienen. Daarin zullen wij wederom aan de orde stellen twee bekende punten van onze bezwaren tegen de gevolgen voor onze doelgroep van de onrechtmatige interpretatie door Nederland van de EU verordening 1408/71 zoals gebruikt in de ZVW: het ontnemen van vrije keuze op zorg alsmede de o.i. onwettige interpretatie van art 33. Naast deze genoemde punten, bevat de ZVW voor onze doelgroep nog meerdere nadelige gevolgen zoals het ontzeggen van toegang tot de solidariteit alsmede het z.g. “ dubbel betalen”. In veel verdragslanden wordt de publieke zorg, geheel of gedeeltelijk, gefinancierd uit de algemene middelen hetgeen betekent dat ingezetenen van deze landen via de afdracht van de inkomstenbelasting de financiering van deze voorzieningen betalen. De inhoudingen in Nederland op de pensioenen van de aldaar wonende Nederlanders zijn dus niets anders dan een tweede betaling op voor het plichtrecht op publieke zorg in het woonland. Onnodig op te merken dat dit volstrekt onacceptabel is en volledig indruist tegen de geest van de verordening. Uw ministerie onderkent dit probleem maar zegt ons niets daaraan te kunnen doen. De ironie wil nu dat een ander land, namelijk Ierland, op moet komen voor de belangen van de aldaar wonende Nederlanders. De autoriteiten van dat land hebben Nederland gevraagd op grond van bovenstaande omstandigheden af te zien van de z.g. verdragsbijdrage. Nederland op haar beurt heeft dit onderwerp bij de Administratieve Commissie voor Sociale Zekerheid aan de orde gesteld en daarbij de hulp van Ierland ingeroepen. Deze informatie werd ons formeel ter hand gesteld door uw ministerie zodat de juistheid daarvan door ons niet in twijfel wordt getrokken. Ondertussen gaan de inhoudingen voor de landen waar dit van toepassing is, gewoon door en levert de gepensioneerde in op zijn inkomen zonder zich te kunnen verdedigen. Gezien het uitermate groot belang dat wij hebben bij een oplossing van deze problematiek, willen wij allereerst volledig op de hoogte zijn van de stand van zaken in deze alsmede van de daarover gevoerde correspondentie. Daarnaast staan ons als stichting wegen ter beschikking teneinde een bijdrage te leveren aan de bespoediging daarvan. De levensverwachting van de gepensioneerden staat geen verder uitstel toe van een oplossing in een situatie die al 2 ½ voorduurt. Het is derhalve dat ik mij formeel tot u richt met het verzoek ons behulpzaam te zijn door het ter beschikking stellen van de genoemde correspondentie. Met vriendelijke groet, Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland. C.H. van der Wiel, voorzitter. Huidige zorgverzekeringswet dramatisch voor Nederlanders in het buitenland De nieuwe zorgverzekeringswet is dramatisch voor Nederlanders in het buitenland. Zij betalen torenhoge zorgpremies maar ontvangen niet de zorg die zij in Nederland zouden krijgen. Het probleem is jarenlang genegeerd door de Nederlandse politiek. Donderdag 29 mei is er een debat in de Tweede Kamer over dit onderwerp.
1 januari 2006 werd, tijdens het kabinet Balkenende II, de nieuwe zorgverzekeringswet (zvw) van kracht. Een nieuwe wet waarmee het ziekenfonds, de particuliere verzekering en de ambtenarenverzekering werden opgeheven. Een wet die in politiek opzicht zijn weerga eigenlijk niet kent. Een wet die uitvoeringstechnisch gezien een operatie was waar we als grootste coalitiepartner ons hart voor vasthielden. Alle burgers werden verplicht verzekerd voor één en dezelfde basisverzekering. In de aanvullende verzekering kon het onderscheid worden gemaakt en de zorgverzekeraars zouden op prijs en kwaliteit moeten concurreren. De klanten en de zorgaanbieders zouden door de marktwerking meer te vertellen krijgen. Voor de laagste inkomens kwam er de zorgtoeslag, in één keer kreeg de belastingdienst er ruim 6 miljoen klanten bij en moest deze innende instantie ook een betalende instantie worden.
Het ging relatief vlot en goed met de
communicatie over en invoering van deze
verzekering en de zorgtoeslag in Nederland, op
de altijd voorkomende foutjes na. De gevolgen waren en zijn nog steeds dramatisch, de communicatie is nog steeds verre van optimaal, formulieren die helemaal niet of verkeerd gestuurd worden en niet in de taal die de mensen en instanties in het betreffende land begrijpen, mensen zijn onverzekerd, velen zijn inmiddels dubbel verzekerd (teruggekeerde gastarbeiders zijn in Spanje bijvoorbeeld boven hun 65e automatisch tegen ziektekosten verzekerd) , men houdt onvoldoende inkomen over om van te leven, men moet zelf soms grote bedragen voorschieten in onzekerheid of het wel terugbetaald wordt door de verzekeraar, geen AWBZ-zorg meer kunnen krijgen tenzij je onder de overgangsregeling viel, de onbekendheid met de zorgtoeslag en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Wetgeving verandert gemiddeld iedere 10 jaar, dat is een feit en ook geen probleem. Maar een feit is ook dat in onze parlementaire democratie dergelijke ingrijpende wetgeving een bepaalde eerbiedigende werking moet hebben naar de leefsituatie van onze burgers in binnen- en buitenland. Dat doen we in de fiscaliteit tenslotte ook. Enkele honderdduizenden Nederlanders en migranten zijn voor 1 januari 2006 (soms wel 30 jaar geleden) elders gaan wonen in de veronderstelling dat ze tegen fatsoenlijke premies fatsoenlijke zorg konden krijgen. Opeens werd men geconfronteerd, zonder enige uitleg en zonder enige keuze, met voor velen onfatsoenlijke premies tegen onfatsoenlijk minder zorg.
Begrijpelijk dat men de overheid de rug
toekeert. Geen politicus of bewindspersoon
durfde het aan om dit verhaal in het buitenland
te vertellen. We deden gewoon net alsof het niet
bestond en misschien zou het dan vanzelf wel
overwaaien. Een gebaar is nodig in de richting van deze mensen die ongelooflijk in de steek zijn gelaten door de overheid, ambtenaren en politici. Een oplossing, die geen geld kost, ligt in het verschiet. Donderdag 29 mei is er een debat in de Tweede Kamer over deze situatie. Waarom geen opting-in regeling voorstellen, eenmalig en vrijwillig voor al die mensen die onaangenaam getroffen zijn door deze veranderde wetgeving in Nederland. Het is geen enkel probleem voor hen om het volle pond aan premies zvw en AWBZ te betalen maar geef hen dan ook het recht om in het buitenland de bijbehorende zorg erbij te zoeken en te krijgen.
Ik roep mijn voormalige collega’s in de Tweede
Kamer op om deze regeling bij de minister neer
te leggen en bij hem aan te dringen deze in te
voeren met goed doordachte en uitgewerkte
communicatie. Dat verdienen deze vooral oudere
mensen namelijk die hun hele leven hard gewerkt
hebben in Nederland en altijd netjes premies
afgedragen hebben.
Myra Koomen (CDA) SBNGB brief aan minister Klink bijlage 2. Solidariteit en woonlandfactoren In het vergaderjaar 1998 – 1999 heeft de toenmalige minister van VWS een brief aan de Tweede Kamer gezonden met als titel “Solidariteit in de ziektekostenverzekeringen”. De brief van 12 november 1998 is als kamerstuk opgenomen onder nummer 26288 volgnummer 1. Deze brief geeft een uitstekend inzicht in de diverse vormen van solidariteit. Voor gepensioneerden geldt de inkomenssolidariteit en de jong/oud solidariteit. Deze laatste solidariteit betekent dat iemand in zijn werkzame leven meer premie betaalt dan de kosten van de zorg die hij/zij ontvangt, terwijl dat op latere leeftijd omgekeerd is. Je kunt dan stellen dat er op jongere leeftijd een solidariteitsbijdrage wordt gevraagd, waartegenover op latere leeftijd een solidariteitsrecht staat. De mate van solidariteit wordt in die brief gemeten door de te betalen premie te vergelijken met de kosten van de ontvangen zorg, de zogenaamde P/K verhouding. Voor een viertal inkomensgroepen van gepensioneerden hebben wij de P/K verhouding berekend voor het jaar 2006. Als inkomensgroepen hebben wij genomen:
Voor de premie hebben wij berekend wat de totaal te betalen premie voor die gevallen is aan nominale premie, de inkomensafhankelijke bijdrage en de ABWZ premie, verminderd met de toepasbare heffingskortingen. De zorgtoeslag hebben wij buiten beschouwing gelaten. Als kosten van de ontvangen zorg hebben wij het bedrag van € 8600 genomen, zijnde het bedrag dat Nederland heeft gerapporteerd aan de Europese Administratieve Commissie als zijnde de kosten van de zorg voor een gepensioneerde over het jaar 2003. Het jaar 2003 is het jaar dat is gehanteerd om de woonlandfactoren die gelden voor het jaar 2006 te bepalen. Onderstaand geven wij de aldus berekende P/K verhouding weer voor de verschillende inkomensgroepen van gepensioneerden. Groep Ontvangen zorg Te betalen bijdrage P/K verhouding I. Alleenstaande AOWer 8600 1732 0,2014 II. Echtpaar uitsl. AOW 17200 2979 0,1732 III. Echtpaar, hoger inkomen 17200 7060 0,4105 IV. Echtpaar, hoogste inkomen 17200 11142 0,6478 Voor een viertal landen, te weten Spanje, België, Frankrijk en Duitsland hebben wij voor diezelfde inkomensgroepen de P/K verhouding berekend op basis van de bijdrage die zij voor het jaar 2006 aan Nederland moeten betalen, waarbij als zorgkosten zijn genomen de bedragen die Nederland aan die landen voor een gepensioneerde moet betalen overeenkomstig de EU toepassingsverordening 574/72. De uitkomsten hiervan zijn vermeld in bijlage 1, Berekening P/K verhouding viertal verdragslanden. De verschillen zijn enorm, zoals onderstaand wordt weergegeven: Groep P/K verhoudingen Nederland Spanje België Frankrijk Duitsland I 0,2014 0,2382 0,3316 0,3275 0,3452 II 0,1732 0,2049 0,2851 0,2817 0,2969 III 0,4105 0,4855 0,6757 0,6676 0,7037 IV 0,6478 0,7662 1,0662 1,0536 1,1104 Dit betekent dat de Nederlandse gepensioneerden in het buitenland alleen al op deze basis een zeer groot verlies aan solidariteitsrechten lijden die zij hebben opgebouwd in hun werkzame leven. Om dit verlies, in ieder geval gedeeltelijk, ongedaan te maken, zouden de woonlandfactoren moeten worden berekend op basis van de voor Nederland geldende P/K verhoudingen. Zie hiervoor bijlage 2. Berekening alternatieve woonlandfactoren. De uitkomsten zijn dan als volgt: Land Woonlandfactoren Berekend via P/K Toegepast in 2006 Spanje 0,3007 0,3557 België 0,4012 0,6603 Frankrijk 0,4264 0,6935 Duitsland 0,4197 0,7194 N.B. Deze zelfde woonlandfactoren kunnen eenvoudig worden berekend uit de verhouding zorgkosten in Nederland en de aan de verdragslanden te betalen kosten. Bijvoorbeeld voor Spanje: 2586 gedeeld door 8600 = 0,3007 Bedacht dient te worden dat hier voor de Nederlandse gepensioneerden in het buitenland slechts als zorgkosten zijn meegenomen de bedragen die Nederland betaalt aan die landen. De gepensioneerden zelf betalen beduidend meer. Voor ieder land ligt dat weer anders. In veel landen betalen zij via de inkomstenbelasting voor het zorgstelsel in hun woonland. In sommige landen moet er extra worden bijverzekerd. In andere landen gelden weer hoge eigen bijdragen. AWBZ voorzieningen bestaan niet of nauwelijks en als daar gebruik van moet worden gemaakt moeten die, indien mogelijk, zelf worden gefinancierd. Voor veel gepensioneerden is dat echter financieel onhaalbaar. Worden deze factoren meegerekend dan zullen de werkelijke P/K verhoudingen nog aanmerkelijk slechter zijn. Het verlies aan solidariteitsrechten kan ook worden weergeven door het verschil vast te stellen tussen de kosten van de ontvangen zorg in Nederland en de daarvoor betaalde bijdrage. Dan ontstaat het volgende beeld: Groep Kosten zorg Betaalde bijdrage Solidariteitsrecht € € € I 8600 1732 6868 II 17200 2979 14221 III 17200 7060 10140 IV 17200 11142 6058 Het aldus berekende solidariteitsrecht is in vrijwel alle gevallen hoger dan wat Nederland aan de verdragslanden moet betalen. Zie bijlage 3, Berekening winst Nederland aan solidariteitsrecht. We geven het overzicht hieronder weer: Groep Solidariteitsrecht Winst Nederland bij niet vragen bijdrage Spanje België Frankrijk Duitsland I 6868 4282 3418 3201 3259 II 14221 9049 7321 6887 7003 III 10140 4968 3240 2806 2922 IV 6058 886 -842 -1276 -1160 Uit bovenstaande tabel blijkt zonneklaar dat Nederland aanzienlijke winsten maakt op de Nederlandse gepensioneerden in het buitenland door de besparing op de solidariteitsrechten, zelfs als aan die gepensioneerden in het geheel geen bijdrage zou worden gevraagd.. Voor slechts een gedeeltelijk behoud van de opgebouwde solidariteitsrechten zouden de woonlandfactoren zelfs 0,0000 moeten zijn. Het is zondermeer duidelijk dat de Nederlandse gepensioneerden in het buitenland door de huidige toepassing van de Zorgverzekeringswet en dan met name artikel 69 van die wet zeer ernstig worden benadeeld in vergelijking met hun leeftijdsgenoten in Nederland. Artikel 69 dient dan ook te verdwijnen en de bijdrage dient op 0,0 te worden gesteld. Namens de Stichting Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland C van der Wiel, voorzitter Solidariteit en de Zorgverzekeringswet Bij de opstelling van de Zorgverzekeringswet zijn twee belangrijke doelstellingen gehanteerd. In de eerste plaats moest het een wet zijn die het onderscheid tussen particulier verzekerden en ziekenfondsverzekerden ophief en in de tweede plaats moest het een wet zijn die de gehele Nederlandse bevolking betrof. De basisvoorzieningen moesten worden gedekt via de Zorgverzekeringswet. Particuliere verzekeringen konden alleen nog aanvullende verzekeringen zijn. Om dat te realiseren werd in de I&A wet artikel 2.5.2 opgenomen, die het de verzekeraars mogelijk maakte alle particuliere verzekeringen te beëindigen. Voor de in Nederland woonachtige verzekerden veranderde er inhoudelijk niet zoveel. Zij kregen vrijwel hetzelfde pakket tegen ook nog eens ongeveer dezelfde prijs. Voor de in de EU en de verdragslanden wonende Nederlanders veranderde er heel veel en niet ten goede. Particuliere verzekeringen in Nederland werden praktisch onmogelijk door de enorme gestegen premies die daarvoor moesten worden betaald. Gestegen premies omdat, zoals de minister onlangs opmerkte, het draagvlak was versmald door het geringe aantal nog te verzekeren persoon. Hij vergat daarbij te vertellen dat de Nederlandse overheid dit zelf had veroorzaakt en niet de betrokken personen. De versmalling van dit draagvlak leverde de verzekeringsmaatschappijen een douceurtje op van ca € 75 miljoen per jaar aan niet meer uit te keren solidariteitsrechten. Solidariteitsrechten die de gepensioneerden hadden opgebouwd tijdens hun werkzame leven en zij meer betaalden voor hun verzekering dan zij toen kosten. Verder kregen zij over het algemeen een veel beperkter pakket in hun woonland tegen veel hogere kosten met eigen bijdragen en mogelijkheden die per land varieerde. Ook werd politiek bepaald dat het pakket kostendekkend moest zijn, d.w.z. dat de bijdragen die aan de woonlanden moesten worden betaald geheel door de betrokken groep personen moesten worden betaald. Die personen betreffen voornamelijk gepensioneerden die veelal hun hele werkzame leven in Nederland hadden doorgebracht. Voor gepensioneerden betekent solidariteit solidariteit tussen jong en oud en tussen arm en rijk. Dat werd nu met de invoering van de Zvw om zeep geholpen voor de niet in Nederland wonende Nederlandse gepensioneerden. In de eerste plaats door het opzeggen van de particuliere verzekeringen en in de tweede plaats door de geëiste hogere bijdrage. Woont men in Nederland dan is de gemiddelde bijdrage aan de zorg door gepensioneerden ca. 30%. Voor de buiten Nederland wonende was de opzet dat dit 100% zou zijn, inclusief een volledige ABWZ bijdrage. Bovenop de eigen bijdragen en het in de belastingen begrepen deel voor de zorg dat zij in hun woonland moeten betalen. Hoezo solidariteit? Dat terwijl het ministerie van VWS de term solidair zijn continue propageert. De daden sluiten daar echter niet bij aan. Door de rechter gedwongen bedacht Nederland het systeem van woonlandfactoren. Hiermede werd slechts gedeeltelijk tegemoet gekomen aan de eis van de rechter. Het resultaat is dat die groep van gepensioneerden nu circa 50% bijdraagt aan de voor hen gemaakte kosten. Over deze gehele problematiek heeft de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (SBNGB) de minister en de Tweede Kamer uitgebreid geïnformeerd met een brief van 7 september 2007. Voor het onderdeel solidariteit werd de bijgaande bijlage meegestuurd. In het door de minister op 22 november 2007 gepubliceerde Masterplan is hier niets van terug te vinden. Het gaat daarbij niet alleen om de centen. Ook de andere nadelen voor die groep gepensioneerden zijn ernstig. Vrije keus bestaat niet meer, terwijl dit toch een hoeksteen van de Zvw is. Het zou te ver voeren in dit verband om hier uitgebreid op in te gaan. Zeker daar de minister en de Tweede Kamer daarvan volledig van op de hoogte zijn gesteld. Herstel van de moedwillig afgepakte solidariteit is simpel, zonder dat het Nederland meer kost dan bij de huidige opzet. Dit kan heel eenvoudig door in de Zvw op te nemen dat buiten Nederland wonende Nederlandse gepensioneerden vrijwillig kunnen deelnemen aan de Zvw, zonder dat zij daarvoor ABWZ verzekerd dienen te zijn. AWBZ voorzieningen bestaan vrijwel niet buiten Nederland van staatswege. Die vrijwillig verzekerden kunnen dan dezelfde premie betalen als de gepensioneerden in Nederland. De kosten voor Nederland worden hiermede iets beter gedekt dan bij de huidige opzet. Er is geen EU-verordening die zo´n vrijwillige verzekering verbiedt. Ook zijn er geen arresten van het Europese Hof van Justitie over bekend. In tegendeel zelfs, de nog in werking te treden EU-verordening 883/2004 staat dit uitdrukkelijk toe. De voordelen voor beide partijen zijn evident. Voor de gepensioneerden betekent het herstel in hun solidariteitsrecht, herstel van de vrije keuze en een uitgebreider pakket dan ze nu veelal hebben. Hier staat dan tegenover dat zij wel meer betalen dan nu het geval is, doch niet meer dan een vergelijkbare gepensioneerde in Nederland. Voor Nederland betekent dit een iets kleiner tekort op de bijdragen, een veel eenvoudiger administratief proces bij ondermeer het CVZ en dus minder personeelskosten, geen langdurige processen meer bij rechtbanken en vooral ook een herstel van het sociale gezicht van Nederland. Er is slechts politieke moed voor nodig om te erkennen dat er fouten zijn gemaakt. De SBNGB heeft in een recente brief aan de minister van VWS te kennen gegeven dat zij hierover graag van gedachten zou willen wisselen. La Nucía, Spanje 10 maart 2008. Albert Kiffen RA Telegraaf, wo 21 mei 2008, 18:10 RIVM: Stelselwijziging Zvw leidde niet tot betere zorgBILTHOVEN - Het nieuwe zorgstelsel, dat op 1 januari 2006 werd ingevoerd, heeft niet aantoonbaar tot een betere en toegankelijkere zorg geleid. De zorgverzekeraar let vooral op de prijs en is wat de kwaliteit van de zorg betreft niet kritischer dan in 2004. Dat stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in zijn tweede Zorgbalans, de nationale monitor van de Nederlandse gezondheidszorg. Het percentage Nederlanders dat vindt dat het zorgsysteem goed functioneert, is na de stelselwijziging iets gedaald (van 45 procent naar 42 procent), maar drie op de vijf heeft er alle vertrouwen in bij een ernstige ziekte goede zorg te krijgen. Slechts 5 procent is daarover pessimistisch. Het instituut stelt dat de kwaliteit van de zorg in Nederland op veel onderdelen hoog is, maar niet veel beter dan in andere landen. De zorg is in Nederland toegankelijk en mensen die van de zorg gebruik hebben gemaakt, zijn positief over hun behandeling. De doelmatigheid en de beschikbaarheid van voldoende verplegend en verzorgend personeel blijven punten van zorg. Zo neemt Nederland wat de doelmatigheid betreft een middenpositie in. Er zijn landen waar minder mensen onnodig aan aandoeningen sterven, al geven die landen evenveel geld aan de gezondheidszorg uit als Nederland. In de Scandinavische landen sterven minder mensen binnen dertig dagen nadat ze voor een acuut hartinfarct, hersenbloeding of herseninfarct in het ziekenhuis zijn opgenomen. In Nederland is het aantal te vermijden ziekenhuisopnames laag, maar wie eenmaal in het hospitaal belandt, blijft er relatief lang. Bovendien zijn er grote verschillen in opnameduur tussen ziekenhuizen. |