|
COMMENTAAR ADVOCAAT INZAKE VONNIS EU HOF VAN JUSTITIE. Het Hof van Justitie volgt de Advocaat- Generaal in zijn oordeel dat noch Verordening 1408/71 noch artikel 21 VwEU (vrijheid van reizen en verblijven voor Europese burgers) in de weg staat aan een nationale regeling die bepaalt dat - ook als geen aanmelding heeft plaatsgevonden bij de ziekenkas van het woonland - een bijdrage ingehouden wordt op het pensioen. Net als de Advocaat-generaal eerder concludeerde, overweegt het Hof van Justitie dat dit er in de praktijk echter niet toe mag leiden dat burgers die gebruik maken van het recht in een andere lidstaat te verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die blijven wonen in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben. De beoordeling of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen is geen taak van het Hof van Justitie maar moet - aldus het Hof van Justitie - door de nationale rechter worden onderzocht. het Hof van Justitie laat het echter niet bij die overweging maar zet zorgvuldig op een rij welke aspecten de nationale rechter moet onderzoeken om te bepalen of sprake is van een ongelijke behandeling van ingezetenen en niet-ingezetenen. De nationale rechter zal moeten toetsen of: - de beëindiging van rechtswege van de oude verzekeringsovereenkomsten dezelfde rechtsgevolgen heeft gehad voor ingezetenen en niet - ingezetenen; - of de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht is opgelegd voor niet-ingezetenen; en - of de verzekeringsmaatschappijen zich ertoe hebben verbonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de globale dekking voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja of die verbintenis alleen voor ingezeten of ook voor niet-ingezetenen was. Het arrest geeft dus een hele duidelijke instructie voor de nationale rechter. Dat biedt uiteraard kansen voor een volgende ronde. Met vriendelijke groet, De Brauw
Blackstone Westbroek N.V. |